Ik had een nachtmerrie vanacht.
Ik droomde dat het oorlog was. Ik weet niet wie er tegen wie aan het vechten was, maar ik was daar.
Ik moest de soldaten van eten voorzien. Ze zagen er allemaal somber uit en waren donker gekleed.
We zaten in de bergen verborgen. Ik was veilig.
Ze brachten telkens nieuwe gevangenen bij.
Ik wist wat ze met hen deden. Ze gingen hen samen met het afval van de keuken verbranden in de ovens. Ik kon hun geschreeuw horen.
Opeens grepen ze mij vast, ik wist niet waarom maar nu wilde ze mij ook in die ovens gooien.
Ik was opeens ook een gevangene.
Ik gilde van angst, ik wilde niet opbranden. Ik voelde de pijn al.
Ik wilde niet in die donkere ruimte gestoken worden, wachtend op de dood.
Ik wilde niet als afval weggegooid worden.
Als ik dan toch moest sterven, mocht ik dan niet voor de laatste keer mijn geliefde kussen, liefhebben?
Ik kreeg 1 kus, 1 knuffel voor ik in de ovens gestopt werd.
Gelukkig werd ik op dat punt wakker, dankzij mijn buurman.
Ik besef maar al te goed dat ik uit die droom heb kunnen ontsnappen, terwijl vele dat niet hebben kunnen doen.
Deze pijnlijke moorden gebeuren nog elke dag, zonder dat hun geliefde daar is om hun een kus te geven. Zonder dat er iemand om hun geeft.
Hun geschreeuw gaat verloren.
Waar zijn we toch mee bezig?